Pagina voor acupuncturisten

 

“Wandelende acupunctuurpunten”

Niet alle acupuncturisten staan er bij stil, dat pakweg 5 minuten na het exact prikken van een naald, op de juiste locatie, deze zich niet meer in de invloedssfeer van het acupunctuurpunt hoeft te bevinden. Toch zijn er punten waarbij dat veelvuldig gebeurt.

De meeste punten bevinden zich in spierweefsel, op een vaste locatie ten opzichte van het skelet. Een spier kan zich verplaatsen ten opzichte van de naburige botten. Als dat gebeurt, verschuift het acupunctuurpunt, binnen de spier; als een soort zendsignaal blijf het punt zijn positie vasthouden ten opzichte van de beenderen. Ook de huid kan zich verplaatsen t.o.v. ons bottenstelsel.

SI-14 bevind zich op een vaste positie ten opzichte van het schouderblad. Onder andere bij aandoeningen aan bovenrug, nek, of schouder kunnen m.n. spieren die het schouderblad fixeren flink gespannen zijn. Enige minuten na het prikken van naalden, kunnen de spieren in de bovenrug en bij het schouderblad veel meer ontspannen zijn. De naald kan zich wel een centimeter van de oorspronkelijke locatie, bij het schouderblad, verwijderd hebben. De naald bevindt zich buiten de invloedssfeer van het punt. [noot: SI-14 fixeert zich t.o.v. de scapula, terwijl de punten van de 2e blaaslijn fixeren t.o.v. de romp/ribben]

Acupunctuurnaalden die geplaatst worden op handen, voeten, dicht bij gewrichten, alsmede op het hoofd zullen weinig 'driftneigingen' hebben. Naalden geplaatst in een lange spierbuik die gedeeltelijk, of geheel, gaat ontspannen, kunnen zich gemakkelijk verwijderen van betreffende puntlocatie (verplaatsing in de lengterichting van de spier). Op de romp, bekken en halverwege onder- en bovenarmen kunnen dergelijke verschijnselen optreden.

Diverse spieren/spierbundels kunnen zich zijwaarts verplaatsen. Veranderen van lichaamshouding kan tot flinke verschuivingen leiden van naalden t.o.v. hun locatie. Als een patiënt van rugligging naar zijligging gaat of omgekeerd, zullen o.a. in naalden in BL en Du Mai-punten zich van hun locatie verwijderd hebben. Ook punten, meer gelegen aan de zijkant van het lichaam kennen dit probleem. LIV-13 zal bij geringe veranderen van de positie van de romp 'niet meer kloppen'.

Buikspierbuiken kunnen tijdens de behandeling spannen/ontspannen: dit kan tot verticale verplaatsing van de punten binnen spieren/huid en bindweefsel.

'Uitgesproken wandelaars' zijn de punten van Pericardium en Driewarmer op de onderarmen. Zet een vinger op jouw SJ-5 (of SJ-6) en draai je hand 90 graden naar buiten. Onder jouw vinger zit nou de radius. Meer dan een centimeter van de vinger bevindt zich SJ-5 (tussen radius en ulna).

Als je wilt dat zo'n punt optimaal geprikt wordt en blijft optimaal blijft werken, dan waak je ervoor dat de locatie van het punt op de huid en in de diepte, klopt. Indien de positie niet meer kloppend te krijgen is, kan opnieuw prikken wenselijk zijn.

Een 'wandelend punt' dat een geringe afwijking vertoont, is makkelijk te corrigeren door de naald terug te trekken en vanaf een geringe diepte richting locatie (en locatiediepte) te prikken.



Acupunctuurpunten

De meeste acupunctuurpunten worden rechtstandig geprikt. Gezien de kenmerken van een punt is dat doorgaans het meest logische. De Qi van het punt concentreert zich doorgaans vooral op de geadviseerde prikdiepte. Boven dit gebied (meestal recht daarboven) bevindt zich een gebied met meer Qi die naar de oppervlakte komt en naar buiten treedt. Tussen de dieperliggende concentratie en de huid kunnen meer concentraties van Qi aanwezig zijn. Onder meer een verbinding met een andere meridiaan kan zich genesteld hebben tussen huid en kern. Bij de huid bevindt doorgaans ook een enigszins verhoogde Qi concentratie. Ook boven de huid is de Qi waarneembaar.

acupunctuurpunt

De diameter van een acupunctuurpunt is wisselend van omvang. Op de locatie is de Qi sterk en neemt af rond dit gebied. Soms neemt een paar millimeter naast de locatie al flink af. In andere situaties is op een halve centimeter naast de locatie ook veel Qi van het punt aanwezig. Rechtstandig prikken op de juiste locatie en tot de juiste diepte heeft, in doorgaans het meeste effect.

De naald heeft zijn uitwerking bij de naaldpunt. Indien er veel Qi oppervlakkig zit en om correctie vraagt, kan de aanleiding zijn om op geringe diepte te prikken (eventueel later verder prikken naar de volgende (gewenste) diepte.

We prikken punten doorgaans obelique t/m transverse, in geval er sprake is van risico's te prikken in onderliggende organen, bot, bloedvaten, nabijgelegen zenuwen, e.d..


Punten onderhuids doorverbinden, om meerdere punten gelijktijdig te beïnvloeden heeft naast de voordelen, beperkingen. De meest krachtige uitwerking vindt plaats bij de punt van de naald. Doorverbinden kan richting geven aan Qi. Tegelijkertijd kan het wenselijk zijn dat zich ook een naaldpunt bevindt op de juiste diepte in één of meer van de andere acupunctuurpunten. Om die reden prikte ik wel eens extra naalden bij het punt waar de naald naar binnen ging, of bij één van de tussenliggende punten. Bijvoorbeeld bij combinatie GB-2, SI-19 en SJ-21(in situaties van tinnitus) en bij BL-punten op de rug (bij CVA).


Het is belangrijk dat het gebied waar de Qi het sterkst afwijkt de meeste correctie krijgt. Manifesteert een probleem in een meridiaan of punt zich vooral in de diepte, richt je dan daar op. Chinese acupunctuur past daarbij. Laat de afwijking zich oppervlakkig (vooral dicht bij de huid zien) behandel dan minder diep. Ben je thuis in Chinese en Japanse acupunctuur, kies dan de Japanse vorm.

reageren...

 

© Jan Reinders, Groesbeek 2016-2017 Integraal overnemen/ kopiëren/ afdrukken met bronvermelding en deze copyrights-regels, toegestaan. Het is niet toegestaan zonder bronvermelding de tekst van dit artikel geheel of gedeeltelijk te kopiëren, of over te nemen/ te gebruiken in electronische verspreidingsbronnen (internet, CD-ROM, enz)..