pagina voor acupuncturisten

Hooikoorts behandelen

In de TCM-literatuur kom je beschrijvingen tegen m.b.t. het behandelen van hooikoorts. Op deze pagina herhaal ik dergelijke beschrijvingen niet, maar besteed aandacht aan het optimaliseren van de behandeling. Het onderstaande is gebaseerd op het gedrag van de pathogene Qi tijdens acupunctuurbehandelingen. Om te komen tot een effectieve puntselectie, spelen meer aspecten rol, dan binnen de TCM beschreven worden. In plaats van een selectie maken uit de mogelijk in aanmerking komende acupunctuurpunten, kunnen we dan gaan fine-tunen.

De pathogene Qi.

Op basis van de TCM kunnen we uitgaan van externe factoren, m.n. externe wind en damp. In behandelingen wordt gedacht aan het afvoeren van de EPF. Zoals bekend, kan vanuit een EPF een interne factor ontstaan (zoals b.v. wel eens gebeurt met een externe kou, die de aanleiding kan zijn tot een interne hitte). Bij hooikoorts ontstaat ten gevolge van de externe factor een histamine reactie. Bij dit proces ontstaat tegelijkertijd een explosie van interne pathogene Qi. Instinctief zal het lichaam deze pathogene Qi blokkeren. De patiënt komt binnen met een extreme volte van geblokkeerde interne pathogene Qi, met daarbij kenmerken/ elementen van externe factoren. We behandelen dus niet hoofdzakelijk EPF, maar vooral een een interne factor met (secundair) kenmerken van de EPF's. Het is van belang oog te hebben waar de pathogene Qi zich het meest manifesteert en de behandeling vooral toe te spitsen en op het afvoeren hiervan.

Tijdens de anamnese, is het wenselijk vragen toe te voegen, zoals: waar wordt de ademhaling belemmerd, bovenste deel van de neus, of het onderste deel. Welk deel van de ogen heb je het meeste last (b.v. binnenhoek, buitenhoek, bovenste onderste ooglid). De mate van jeuk, vochtafscheiding/ slijm. Al die factoren kunnen, sterke mate, de puntselectie beïnvloeden.

Punten combinaties

In bijna alle behandelingen van hooikoorts die ik uitvoerde, speelden de volgende punten een essentiële rol: Bitong (M-HN-14) en Yuyao (M-HN-6) [beide zijden prikken]. De andere punten hingen af van locatie en kenmerken van de blokkerende pathogene Qi's en de energetische constellatie van de patiënt.

Ademhalingsremming in het bovenste deel van de neus:

Denk niet dat dit vooral komt door de aanwezige damp, in de vorm van slijm/snot. Het kan een factor zijn, maar, de adem kan in extreme mate belemmert worden, doordat de pathogene Qi de Kong Qi belemmert (doorgaans de belangrijkste factor).

De volte in het bovenste deel van de neus kan het beste gesedeerd worden via de BL-meridiaan.

Belangrijkste Punten zijn:

  • Bitong (M-HN-14)
  • BL-2
  • Bl- 9

eventueel aangevuld met BL-7 en
op de neus extra punten in kuiltjes op de neusbrug t.h.v. BL-1

Deze punten combineren met distale punten. Merkwaardigerwijs wisselen de distale punten qua effectiviteit. Bij de één zette BL 64 de boel in beweging, bij een ander andere BL-punten. Doorgaans één of meer punten van BL-64 tot BL-67. Ook en dat geldt ook voor andere behandelingen waarbij veel pathogene Qi afgevoerd wordt, is het Luo-punt van de betreffende meridiaan.
Onbruikbare / pathogene energieën, volgen niet expliciet het verloop van een meridiaan; ze kunnen gaan meanderen in een breder gebied en kunnen zich ook manifesteren in de nabijgelegen meridianen en spierzones. Ook het Luo-vat kan hierin een rol spelen.
BL-58 prik je ook, als deze gespannen aan gaat voelen en pijnlijk wordt bij druk.
Dit geldt ook voor BL-57

Ademhalingsremming in het onderste deel van de neus:

Wordt de Kong-Qi het meest belemmert in dit deel van de neus, prik dan de volgende punten:

  • Bitong (M-HN-14)
  • L.I.-20
  • L.I.-4

Jeukende /geïrriteerde ogen/oogleden, mediale zijde:

Belangrijke punten:

  • Yuyao (M-HN-6)
  • BL-2

Afhankelijk van andere kenmerken (waaronder polskenmerken) richten op afvoer via BL of GB;
dus of meer punten op het hoofd en distale punten van BL, of van GB.
Speelt en GB een rol, dan is GB-20 ook belangrijk en dikwijls GB-14
Distale punten voor GB kunnen zijn: GB-41 t/m 44 (één van deze zal het beste werken).
De jeuk is een belangrijke aanwijzing m.b.t. de aanwezige windfactor. Bij veel jeuk ook specifieke windpunten prikken. GB-20 is dan zeker belangrijk.

Jeukende /geïrriteerde ogen/oogleden, laterale zijde:

Belangrijke punten:

  • Yuyao (M-HN-6)
  • SJ-23
  • GB-1

Ook hierbij kunnen GB-14 en GB-20 van belang zijn en distale punten van deze meridiaan.
Is afvoer via SJ effectiever kies dan zeker SJ-5 en nog een SJ-punt op het hoofd. SJ-2 kan ook van belang zijn om de afvoer te bespoedigen.

Jeukend /geïrriteerde bovenste ooglid:

  • BL-2
  • Yuyao (M-HN-6)
  • SJ-23

Kies verder punten van BL, GB en/of SJ, in de reeksen die hierboven beschreven zijn. Selecteer op basis van andere kenmerken die je bij de patiënt aangetroffen hebt.

Jeukend /geïrriteerde onderste ooglid:

  • Bitong (M-HN-14)
  • ST-2, 3
  • L.I.-20, L.I.-4

Combineer met andere punten. Selecteer op basis van andere kenmerken die je bij de patiënt aangetroffen hebt.

Ervaart de patiënt door de hooikoorts sensaties in het gezicht (ruimer dan gebied van ogen en neus) prik dan zeker L.I.-4

 

Kies in alle behandelingen tevens punten op basis van jouw diagnostische gegevens

Factoren die de behandeling remmen

De pathogene energie kan tijdens de behandeling geremd worden in de afvoer.

Het lichaam probeert niet alleen de naalden te remmen/ uit te schakeren, met spierspanning probeert het de afvoer teniet te doen. Gebruik regelmatig manuele of energetisch naaldtechnieken , om te zorgen dat de naalden hun werk blijven doen. Check ook remmingen in het lichaam. Energie-stromen kunnen geremd worden d.m.v. spierspanning.
Kan de persoon de nek ontspannen blijven houden, als je het hoofd beweegt. of proberen zijn/haar instincten de ontspanning te verhinderen. Is het laatste het geval, draai dan het hoofd in die positie waarin de spanning zich expliciet openbaart. Houd stil in die positie en vraag de persoon zijn/haar best te doen de betreffende spier slap te houden. Check in heel subtiele bewegingen of het lukt. Als het lukt, hou even de positie vast, tot de volte daar weggestroomd is (de spier gaat niet meer spannen/ de persoon heeft de eigen regie erover weer terug). Extra naalden in het blokkerende gebied kan soms wenselijk zijn, bv. BL-10 prikken als BL in het geding is.

Ook spieren in benen en armen kunnen energiestromen remmen, m.n. bij de gewrichten. Voorkom ook de spieren in deze ledematen, de werking van de behandeling remmen.

De rol van energieën bij allergieën.

Slaag je er in de pathogene energieën zo goed als helemaal op te ruimen en er is nog nauwelijks sprake van Qi-stagnatie in het aangedane gebied, dan heeft dit effect op de allergie. Opmerkelijk is dat de allergische reactie, daarna, minder snel escaleert en minder heftig is. Wordt er voor de dag volgend op de succesvolle behandeling code rood afgegeven vanwege een pollenexplosie, dan is de kans groot dat de patiënt, tegen de verwachting in, slechts weinig hierop reageert. Het inzetten van de histaminereactie is dus niet alleen afhankelijk van de (hoeveelheid) allergeen, maar ook van:

– de mate van aanwezigheid van pathogene Qi
– en/of Qi-blokkade (reactie op blokkerende Qi),
– of op de mate waarin de lichaamscellen/ of cellen van het afweersysteem
gevoed worden met zuivere Qi.

reageren...

© Jan Reinders, Groesbeek 2018 Integraal overnemen/ kopiëren/ afdrukken met bronvermelding en deze copyrights-regels, toegestaan. Het is niet toegestaan zonder bronvermelding de tekst van dit artikel geheel of gedeeltelijk te kopiëren, of over te nemen/ te gebruiken in electronische verspreidingsbronnen (internet, CD-ROM, enz)..