Pagina voor TCM therapeuten

Ballast-Qi

Ballast Qi
is een zelfgekozen benaming.
Het betreft diverse soorten Qi, met als overeenkomst: stereotype reacties binnen het lichaam.
Ballast Qi vraagt een toegespitste behandeling

Raakt een meridiaan geblokkeerd, dan zal zich daar, ter plaatse, Qi ophopen. Na enige tijd veranderd de Qi in de volte van karakter; de opgehoopte meridiaan-Qi wordt door het lichaam niet meer gezien als meridiaan-Qi. Na het opheffen van de blokkade, gaat de Qi niet als b.v. gewone Blaas-meridiaan-Qi stromen en als Bl-Qi gebruikt worden. De Qi in de volte wordt intern beschouwd als een vorm van Xie Qi en zal afgevoerd moeten worden. Indien een geringe hoeveelheid van deze afwijkende Qi gaat stomen en deze niet teveel afwijkt van de normale Qi, zal het lichaam gewoon zorgen dat deze afgevoerd wordt. Energieën die sterk afwijken van Qi-vormen die in een meridiaan of ander kanaal horen te stromen, worden niet zonder meer doorgelaten. Hetzelfde geldt voor Qi in grote hoeveelheden. Op fysiek niveau heeft het lichaam een afweersysteem dat ingrijpt als ziektekiemen zich door het lichaam bewegen. Hetzelfde geldt voor het energetische niveau; er wordt ingegrepen. De TCM-therapeut is, in zo'n geval, niet klaar met de behandeling, als de blokkade op lokaal niveau is opgeheven.

De behandeling

Afhankelijk van de oorzaak, wordt een behandelprincipe gekozen dat het meest hierbij aansluit. Tegelijkertijd wordt gestart met het sederen van de volte. Bij het aanprikken en naaldmanipulatie zal een deel van de ballast-Qi via de naald het lichaam verlaten. Een flink deel zal, binnen het lichaam, verder stromen en afgevoerd moeten worden. Lokaal zal de Qi zich verspreiden en een weg zoeken via weefsel en vooral via bestaande kanalen. Prik, naast de Ah Shi-punten ook de nabijgelegen meridiaanpunten en distale punten op de betreffende meridiaan. Check hierbij wel of de Ballast-Qi wel deze route gaat volgen. De lading van een blokkade in de nek, of schoudergebied kan afgevoerd worden via de armen, maar ook via de benen. Het lichaam van de patiënt maakt hierin de voornaamste keuze; het is niet handig dat jij als therapeut de route wil bepalen. Meestal speelt de afvoer zich af via de yange meridiaanstelsels. Beschouw het lichaam als een landschap; daar voeren rivieren, beken en grondwaterstromen water af richting zee. Deze waterstromen voeren ook mineralen, afvalstoffen, etc. mee. Langs de Qi-stromen in een lichaam zal ook de ballast-Qi zijn weg vinden (via hoofdmeridianen, tendomusculare meridianen en o.m. luo-vaten van een meridiaan en langs het skelet) richting eindpunten.

Wordt Ballast-Qi via de yange meridianen van de arm afgevoerd, dan zal dit gewoon gebeuren tegen de stroomrichting, van zuivere Qi, in (en via de luo-vaten).

De belemmeringen onderweg.

Instinctief zal het systeem van de patiënt, proberen de weg die de Ballast-Qi dreigt te gaan, te belemmeren. Het is de kunst van de therapeut om waar te nemen waar het lichaam nieuwe blokkades creëert en daarop te anticiperen. Kun je als therapeut de energiestromen goed voelen, check dan waar de nieuwe blokkades ontstaan en richt, ook daar, de behandeling op. Lukt dit niet, ga dan als volt te werk: Kijk goed naar het lichaam van de patiënt, waar treden, tijdens de behandeling veranderingen op, m.n. in gespannenheid van weefsel en let ook op kleurverschillen. Vraag regelmatig wat de patiënt voelt. Praktisch alle waargenomen sensaties hebben betrekking op de tegenwerking van het lichaam. Krijgt de patiënt pijnsentaties in het meridiaanverloop, dan is daar sprake van een nieuwe blokkade. Ook als gezegd wordt: “ik voel het stromen”, duidt dat op tegenwerking van de behandeling. De patiënt voelt de stroming en de weerstand die daartegen geboden wordt. Is er geen verzet, dan voelt hij/zij de stroming in mindere mate en voelt vooral dat het gebied ruimer, opener wordt.

Tintelende of slapende handen zijn het signaal van een flinke belemmering, op die plaatsen; de Ballast-Qi wordt krachtig geremd; in het gebied waar ompoling van de Qi van de meridianen plaats vindt. [Soepele bewegen en masseren van vingers, handen / voeten en tenen helpt].

De pols is ook een belangrijke graadmeter: remt een meridiaan de Ballast-Qi, dan zal dit waar te nemen zijn op de betreffende polspositie.
Check de ontspannenheid van lichaamsdelen: kun je de ledematen soepel bewegen, of is er weerstand, of grijpt het onderbewustzijn in, door zelf de te verwachten beweging te maken. Het zijn signalen die duiden op het remmen van de voortgang van het gewenste proces.

Acupunctuurpunten die in het betreffende traject vol raken, worden drukgevoelig. Sedeer deze punten en drukgevoelige Ah Shi-punten. De Ballast-Qi verplaatst zich richting extremiteit; dat geldt ook voor de neiging tot blokkeren. Heb je GB-31 gedeblokkeerd, dan kan een paar minuten later b.v. GB-34 blokkeren. Speel met je behandeling in op de veranderingen!
Zorg dat spieren in trajecten van de tendo-muculaire meridianen ontspannen. Dat geldt ook voor de spieren die de beweging van gewrichten controleren. Instinctief zal het systeem van de patiënt trachten het effect van de behandeling te elimineren door gebieden in de willekeurige spieren aan te spannen. Werk er samen met de patiënt aan, deze spanning op te heffen. Het deblokkeren van de gewrichten door de spieren te ontspannen, heeft in sommige situatie meer effect, dan andere behandelingen. Nadere informatie over de technieken volgt (en in workshop).

Ballast-Qi in de Yinne meridianen van de voet.

Als Ballast-Qi richting voet afgevoerd wordt, kan de situatie ontstaan waarin deze (o.a. via het luo-connectievat het Yuan-sourcepunt van de gekoppelde Yin-meridiaan bereikt. Hoewel het systeem van de patiënt dit doorgaans verhindert, kan dit soms gebeuren. Kortstondig sederen van zo'n punt is dan nodig. Komt de ongewenste Qi in KID-3 terecht, dan is sederen van deze Qi gewenst. Aangezien sederen van de zuivere nierenergie ongewenst is, gebruik je hiervoor een niet te dikke naald; kortstondig sederen (één à twee minuten) en daarna gelijk met dezelfde naald tonifiëren. Is kortstondig sederen van KID-3 niet toereikend, sedeer dan ook KID-4 (Luo-punt).

Leegte bij de volte.

Niet bruikbare Qi in het lichaam neemt ruimte in beslag. De zuivere Qi die door de meridianen hoort te stromen en een functie zou moeten vervullen, kan daardoor onvoldoende aanwezig zijn in de volle gebieden. Het tekort aan zuivere Qi op de plaatsen waar je succesvol de Ballast-Qi hebt kunnen verwijderen (verplaatsen), kan mede een belemmering zijn voor het succesvol afvoeren van de Ballast-Qi uit het lichaam. Voeden van de gebieden waar de Ballast-Qi grotendeels is opgeruimd, kan de behandeling bespoedigen. Is er sprake van de aanwezigheid van een EPF/ een echte Xie-Qi, ga dan niet voeden (je stimuleert dan de pathogene Qi).

 

Interne en Externe Pathogenen.

Pathogene energieën kunnen grote voltes vormen in het lichaam. Er kan sprake zijn grote hoeveelheden van deze Qi in het lichaam, ook kan een pathogeen aanleiding zijn tot flinke blokkades van meridiaan-Qi (de reden zijn tot het vormen van deze Ballast-Qi).

Spelen pathogenen een rol, dan zal de alertheid en tegenwerking van het lichaam van de patiënt groter zijn dan wanneer er uitsluiten sprake is van Ballast-Qi van een meer neutrale vorm.
In geval van grote hoeveelheden pathogene Qi zal de remming heel groot zijn. Een voorbeeld is de afvoer van Wind bij een Parkinson-patiënt. Behandel deze patiënt volgens gangbare principes met een combinatie van schedelacupunctuur en en lichaamsacupunctuur. Met name de schedelacupunctuur zorgt voor het vrijkomen van nog meer Wind-energie. In het lichaam zal de Windenergie leiden tot een nog groter gevecht, om te voorkomen dat deze pathogeeen zich gaat verplaatsen. Het sederen van o.a. meerdere windpunten op het lichaam alleen zal niet toereikend zijn. Volg het traject van het gevecht, dat zich duidelijk laat zien in de verstarringen van spieren en de tremoren. Waar ligt het hoofdaccent van de afvoer, richting arm, of richting been. Haal alles uit de kast om de Wind via die weg af te voeren/ te sederen.

Voorkom dat aan het eind van de behandeling er een grote opeenhoping blijft in één specifiek gebied en je de patiënt laat vertrokken met b.v. een totaal vastgezet enkelgewricht en terwijl de rest van het lichaam relatief ontspannen is.

De grens van een behandeling

Moet er in een lichaam veel gebeuren dan zal dat niet in één behandeling kunnen. Soms kan een behandeling ook in een stroomversnelling raken. Het systeem van de patiënt werkt weinig tegen en geeft zelf aanzetten in de goede richting. In zo'n geval zal na korte tijd de patiënt gaan geeuwen en in slaap dreigen te vallen/in slaap valt. Dit zijn signalen dat de grens van de behandeling is bereikt. Kijk wat wenselijk is. Soms is minder intensief behandelen goed. Verwijder b.v. een aantal naalden, sedeer minder intensief. Het kan ook zijn dat het goed is de behandeling te beëindigen. Gewoon doorgaan zal een nadelig effect hebben, m.n. in de dagen na de behandeling; het lichaam zal niet de gewenste in de gang gezette patronen voorzetten en in een nieuwe onbalans raken.

Kortom stop op het juiste moment. Ga niet te lang / te intensief door, maar stop ook niet op een moment waarop nog het extra duwtje nodig is.

reageren...

© Jan Reinders, Groesbeek 2016-2017 Integraal overnemen/ kopiëren/ afdrukken met bronvermelding en deze copyrights-regels, toegestaan. Het is niet toegestaan zonder bronvermelding de tekst van dit artikel geheel of gedeeltelijk te kopiëren, of over te nemen/ te gebruiken in electronische verspreidingsbronnen (internet, CD-ROM, enz)..